Cello

De cello behoort samen met de viool, de altviool en de contrabas tot de strijkinstrumenten. Je kunt er al vanaf 7 jaar mee beginnen. Het is heerlijk om muziek te maken. Als je iedere dag even oefent, leer je al snel spelen. Ook op de cello. Hoe beter het gaat, hoe leuker het wordt!

Over de cello
De cello is familie van de viool en de altviool, allen strijkinstrumenten met vier snaren. De snaren van een cello worden in kwinten gestemd, met van laag naar hoog een C, G, D en A. De snaren van een cello worden meestal bespeeld met een strijkstok, maar af en toe ook geplukt met de hand (pizzicato).

Een gemiddelde cello is zo’n 1,20 meter lang, maar er bestaan ook kleinere cellomaten voor muzikanten met kleine handen of voor kinderen die het instrument willen leren spelen. Bij het bespelen rust de cello op een punt, die in hoogte verstelbaar is. Het instrument wordt door de cellist tussen zijn benen geklemd en rust iets onder de linkerschouder tegen het bovenlichaam. Van oorsprong heeft de cello een geleidende rol. Daarom is het ook onmisbaar in het symfonieorkest, waarin altijd meerdere cello’s samenspelen, en in strijkkwartetten.

In Amsterdam wordt om het jaar de ‘Cello Biënnale’ gehouden: een uniek tiendaags festival speciaal voor de cello, waar cellisten, componisten en liefhebbers van over de hele wereld laten horen wat het instrument in zich heeft.

Deze cursus wordt aangeboden door: